dekschaal
zelfstandig naamwoord 'dɛksxalBetekenis
- schaal met deksel om eten op tafel op te dienen
Hoe spreek je dekschaal uit?
/ˈdɛksxal/
Dekschaal bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dekschalen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dek en schaal
Woordfamilie van dekschaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dekschalen | meervoud | dekschaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dekschaal zijn vastgelegd.