deksteen
zelfstandig naamwoord 'dɛkstenBetekenis
- een steen die iets bedekt of afdekt, met name de horizontale stenen van een hunebed
Hoe spreek je deksteen uit?
/ˈdɛksten/
Deksteen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| s | sok |
| t | tak |
| e | veel |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dekstenen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dekken zn en steen zn
Woordfamilie van deksteen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dekstenen | meervoud | deksteen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van deksteen zijn vastgelegd.