Naar de inhoud

strekken

het zo ver mogelijk uitrekken in de lengte.

strekken is meer dan één woord

strekken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈstrɛkə(n)

Betekenis

  1. het zo ver mogelijk uitrekken in de lengte.
  2. ~ tot fungeren, dienen

Hoe spreek je strekken uit?

/ˈstrɛkən/

Strekken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈstrɛkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
t tak
r rood
ɛ bed
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van strekken

strekkenhele werkwoord — strekteverleden tijd enkelvoud — strektenverleden tijd meervoud — gestrektvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik strek strekte
jij strekt strekte
hij, zij, het strekt strekte
wij strekken strekten
jullie strekken strekten
zij strekken strekten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gestrekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gestrekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gestrekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestrekt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestrekt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestrekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestrekt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestrekt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestrekt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestrekt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestrekt verleden tijd, deelwoord
gestrekt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestrekt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestrekt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestrekt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestrekt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestrekt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestrekt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestrekt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestrekt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestrekt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestrekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestrekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestrekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestrekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestrekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestrekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestrekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestrekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestrekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestrekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestrekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestrekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestrekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestrekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestrekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gestrekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gestrekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
strek gebiedende wijs
strekke aanvoegende wijs
strekkend onvoltooid, deelwoord
strekte verleden tijd
te hebben gestrekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te strekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen strekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gestrekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestrekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gestrekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestrekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gestrekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gestrekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gestrekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gestrekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gestrekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gestrekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gestrekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gestrekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gestrekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gestrekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gestrekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gestrekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gestrekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gestrekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gestrekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gestrekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gestrekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestrekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestrekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gestrekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestrekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gestrekt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestrekt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal strekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal strekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal strekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gestrekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gestrekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gestrekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gestrekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gestrekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestrekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestrekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gestrekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestrekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gestrekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestrekt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestrekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestrekt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou strekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou strekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou strekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestrekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestrekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestrekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestrekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gestrekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gestrekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestrekt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestrekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestrekt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden strekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden strekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden strekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestrekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestrekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestrekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt strekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestrekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestrekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestrekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestrekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gestrekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gestrekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestrekt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestrekt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestrekt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen strekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen strekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen strekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen strekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestrekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestrekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestrekt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult strekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord strek

Herkomst

erfwoord Ontwikkeld uit Middelnederlands strecken “zich uitstrekken”, uit Germaans *strakijan, verwant aan Duits strecken (Oudhoogduits strecken), Engels stretch (Oudengels streccan). In de betekenis van ‘strak maken of worden’ voor het eerst aangetroffen in 1266.

Woordfamilie van strekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
strekke aanvoegende wijs strekken
strekt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon strekken
strekte verleden tijd strekken
strekten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon strekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van strekken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over strekken

Hoe spreek je strekken uit?
De uitspraak van strekken is: /ˈstrɛkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent strekken?
Strekken is een werkwoord. Het woord betekent: het zo ver mogelijk uitrekken in de lengte. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je strekken?
Je vervoegt strekken als volgt: de tegenwoordige tijd is strek, de verleden tijd is strekte en het voltooid deelwoord is gestrekt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op strekken?

Er staan 35 woorden in dit woordenboek die op strekken rijmen, waaronder bekken, ontdekken en dekken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op strekken, uitspraak ˈstrɛkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bekken 2
ontdekken 3
dekken 2
wekken 2
lijken 2
trekken 2
vertrekken 3
onttrekken 3
voltrekken 3
checken 2
nekken 2
rekken 2
samentrekken 4
verwekken 3
uitrekken 3
overtrekken 4
wecken 2
worteltrekken 4
palingtrekken 4
ganstrekken 3
kwekken 2
overdekken 4
verdekken 3
oprekken 3
accommodatiedekken 7
giraffennekken 5
huttendekken 4
jongensgekken 4
meisjesgekken 4
paardendekken 4
papegaaienbekken 6
pennentrekken 4
plekken 2
privégesprekken 5
vluchtelingenhekken 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord strekken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. R 2
  4. E 1
  5. K 3
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

strekken levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. R 2
  4. E 1
  5. K 3
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

strekken in het kort

strekken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van strekken zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort strekken bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

strekken: het zo ver mogelijk uitrekken in de lengte.
Deel strekken — standaardnederlands.nl