wekken
werkwoord ˈwɛkə(n)Betekenis
- wakker maken
- veroorzaken
Hoe spreek je wekken uit?
/ˈwɛkən/
Wekken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als wecken.
Vervoeging van wekken
wekkenhele werkwoord — wekteverleden tijd enkelvoud — wektenverleden tijd meervoud — gewektvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wek | wekte |
| jij | wekt | wekte |
| hij, zij, het | wekt | wekte |
| wij | wekken | wekten |
| jullie | wekken | wekten |
| zij | wekken | wekten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gewekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gewekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gewekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewekt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewekt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewekt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewekt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewekt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewekt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewekt | verleden tijd, deelwoord |
| gewekt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewekt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewekt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewekt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewekt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewekt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewekt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewekt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewekt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewekt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gewekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gewekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te wekken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gewekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gewekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gewekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gewekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gewekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| wek | gebiedende wijs |
| wekke | aanvoegende wijs |
| wekkend | onvoltooid, deelwoord |
| wekte | verleden tijd |
| werd gewekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gewekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gewekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gewekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gewekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gewekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gewekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gewekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gewekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gewekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gewekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gewekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gewekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gewekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gewekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gewekt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewekt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gewekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gewekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gewekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gewekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gewekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gewekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gewekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gewekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gewekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gewekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gewekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewekt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewekt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewekt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewekt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘wakker maken’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van wekken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewekt | voltooid deelwoord | wekken |
| wek | gebiedende wijs | wekken |
| wekke | aanvoegende wijs | wekken |
| wekkend | onvoltooid deelwoord | wekken |
| wekkende | woordvorm | wekken |
| wekt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wekken |
| wekte | verleden tijd | wekken |
| wekten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wekken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wekken zijn vastgelegd.