wecken
werkwoord ˈwɛkə(n)Betekenis
- levensmiddelen conserveren door na kokend te steriliseren luchtdicht af te sluiten
Hoe spreek je wecken uit?
/ˈwɛkən/
Wecken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als wekken.
Vervoeging van wecken
weckenhele werkwoord — weckteverleden tijd enkelvoud — wecktenverleden tijd meervoud — gewecktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | weck | weckte |
| jij | weckt | weckte |
| hij, zij, het | weckt | weckte |
| wij | wecken | weckten |
| jullie | wecken | weckten |
| zij | wecken | weckten |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is geweckt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geweckt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geweckt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geweckt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geweckt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geweckt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geweckt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geweckt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geweckt | verleden tijd, deelwoord |
| geweckt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geweckt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geweckt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geweckt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geweckt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geweckt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geweckt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geweckt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geweckt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geweckt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geweckt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geweckt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geweckt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geweckt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geweckt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geweckt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geweckt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geweckt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geweckt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geweckt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geweckt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geweckt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geweckt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geweckt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geweckt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geweckt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geweckt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te wecken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wecken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren geweckt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geweckt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weck | gebiedende wijs |
| wecke | aanvoegende wijs |
| weckend | onvoltooid, deelwoord |
| weckte | verleden tijd |
| werd geweckt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden geweckt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden geweckt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geweckt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geweckt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geweckt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geweckt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geweckt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geweckt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wecken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wecken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wecken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geweckt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou geweckt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geweckt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geweckt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geweckt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geweckt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wecken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wecken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wecken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geweckt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geweckt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geweckt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geweckt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geweckt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wecken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wecken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wecken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geweckt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wecken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geweckt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geweckt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geweckt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geweckt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geweckt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wecken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wecken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wecken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wecken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geweckt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wecken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Duits wecken, een eponiem afgeleid van de naam van de 19e-eeuwse Duitse ondernemer Weck met het achtervoegsel -en, het naar hem genoemde bedrijf bracht de glazen weckflessen op de markt; in de betekenis van ‘(levensmiddelen) conserveren’ voor het eerst aangetroffen in 1913
Woordfamilie van wecken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geweckt | voltooid deelwoord | wecken |
| geweckte | woordvorm | wecken |
| weck | gebiedende wijs | wecken |
| wecke | aanvoegende wijs | wecken |
| weckend | onvoltooid deelwoord | wecken |
| weckende | woordvorm | wecken |
| weckt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wecken |
| weckte | verleden tijd | wecken |
| weckten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wecken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wecken zijn vastgelegd.