dekking
zelfstandig naamwoord ˈdɛkɪŋBetekenis
- het op elkaar passen
- bescherming tegen geraakt te worden bij een schietpartij
- de mogelijkheid terug te slaan wanneer een stuk geslagen wordt
- een gebeurtenis valt onder de dekking van een verzekering als de verzekeringsmaatschappij geld moet uitkeren als die gebeurtenis plaats vind
Hoe spreek je dekking uit?
/ˈdɛkɪŋ/
Dekking bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dekkingen | meervoud |
| dekkinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dekkinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van dekken met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van dekking
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dekkingen | meervoud | dekking |
| dekkinkje | verkleinwoord | dekking |
| dekkinkjes | verkleinwoord meervoud | dekking |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dekking zijn vastgelegd.