verwekken
werkwoord /və(r).ˈʋɛ.kə(n)/Betekenis
- veroorzaken, doen ontstaan
- (een kind) door het deponeren van zijn sperma doen ontstaan
Hoe spreek je verwekken uit?
/vərˈwɛkən/
Verwekken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- door het deponeren van zijn sperma doen ontstaan euphemistic, transitive
Vervoeging van verwekken
verwekkenhele werkwoord — verwekteverleden tijd enkelvoud — verwektenverleden tijd meervoud — verwektvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verwek | verwekte |
| jij | verwekt | verwekte |
| hij, zij, het | verwekt | verwekte |
| wij | verwekken | verwekten |
| jullie | verwekken | verwekten |
| zij | verwekken | verwekten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verwekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verwekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verwekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verwekt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verwekt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verwekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verwekt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verwekt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verwekt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verwekt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verwekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verwekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verwekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verwekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verwekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verwekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verwekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verwekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verwekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verwekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verwekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verwekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verwekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verwekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verwekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verwekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verwekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verwekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verwekken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verwekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwek | gebiedende wijs |
| verwekke | aanvoegende wijs |
| verwekkend | onvoltooid, deelwoord |
| verwekt | verleden tijd, deelwoord |
| verwekt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verwekt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verwekt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwekt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwekt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwekt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verwekt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verwekt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwekt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwekt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwekte | verleden tijd |
| waart verwekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verwekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verwekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verwekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verwekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verwekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verwekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verwekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verwekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verwekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verwekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verwekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verwekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verwekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verwekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verwekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verwekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verwekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verwekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verwekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verwekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verwekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verwekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verwekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verwekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verwekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verwekt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwekt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verwekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verwekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verwekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verwekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verwekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verwekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verwekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verwekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verwekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verwekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verwekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verwekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verwekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verwekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verwekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verwekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verwekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verwekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verwekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verwekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verwekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verwekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verwekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verwekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verwekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verwekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verwekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verwekt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verwekt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verwekt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verwekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verwekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verwekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verwekt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van wekken met het voorvoegsel ver-, in de betekenis van “veroorzaken scheppen”, voor het eerst aangetroffen in 1631, zie vindplaats hieronder.
Woordfamilie van verwekken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verwek | gebiedende wijs | verwekken |
| verwekke | aanvoegende wijs | verwekken |
| verwekkend | onvoltooid deelwoord | verwekken |
| verwekkende | woordvorm | verwekken |
| verwekt | voltooid deelwoord | verwekken |
| verwekte | verleden tijd | verwekken |
| verwekten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verwekken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwekken zijn vastgelegd.