Naar de inhoud

onttrekken

een bijdrage of deel ergens uit verwijderen

onttrekken

werkwoord /ɔn.ˈtrɛ.kə(n)/

Betekenis

  1. een bijdrage of deel ergens uit verwijderen

Hoe spreek je onttrekken uit?

/ɔnˈtrɛkən/

Onttrekken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /ɔnˈtrɛkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
t tak
r rood
ɛ bed
k kat
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van onttrekken

onttrekkenhele werkwoord — onttrokverleden tijd enkelvoud — onttrokkenverleden tijd meervoud — onttrokkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik onttrek onttrok
jij onttrekt onttrok
hij, zij, het onttrekt onttrok
wij onttrekken onttrokken
jullie onttrekken onttrokken
zij onttrekken onttrokken
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben onttrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent onttrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is onttrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was onttrokken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd onttrokken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt onttrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal onttrokken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal onttrokken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou onttrokken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou onttrokken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had onttrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had onttrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had onttrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden onttrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden onttrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden onttrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt onttrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb onttrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onttrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben onttrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onttrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben onttrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt onttrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onttrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onttrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is onttrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is onttrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
onttrek gebiedende wijs
onttrekke aanvoegende wijs
onttrekkend onvoltooid, deelwoord
onttrok verleden tijd
onttrokken verleden tijd, deelwoord
onttrokken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onttrokken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onttrokken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onttrokken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
onttrokken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onttrokken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onttrokken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onttrokken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onttrokken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
onttrokken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben onttrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te onttrekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen onttrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart onttrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onttrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren onttrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onttrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was onttrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was onttrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was onttrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd onttrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd onttrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd onttrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden onttrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden onttrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden onttrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt onttrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word onttrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden onttrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden onttrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden onttrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt onttrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt onttrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal onttrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal onttrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal onttrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal onttrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onttrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal onttrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onttrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onttrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal onttrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onttrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn onttrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn onttrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn onttrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt onttrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou onttrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou onttrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou onttrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou onttrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onttrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onttrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onttrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onttrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou onttrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onttrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onttrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onttrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onttrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onttrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onttrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden onttrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden onttrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden onttrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onttrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onttrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onttrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onttrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden onttrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden onttrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt onttrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt onttrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onttrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onttrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen onttrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen onttrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen onttrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen onttrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen onttrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen onttrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen onttrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onttrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen onttrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen onttrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onttrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen onttrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen onttrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult onttrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult onttrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult onttrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult onttrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van trekken met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van onttrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
onttrek gebiedende wijs onttrekken
onttrekke aanvoegende wijs onttrekken
onttrekkend onvoltooid deelwoord onttrekken
onttrekkende woordvorm onttrekken
onttrekt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon onttrekken
onttrok verleden tijd onttrekken
onttrokken voltooid deelwoord onttrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onttrekken zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over onttrekken

Hoe spreek je onttrekken uit?
De uitspraak van onttrekken is: /ɔn.ˈtrɛ.kə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent onttrekken?
Onttrekken is een werkwoord. Het woord betekent: een bijdrage of deel ergens uit verwijderen.
Hoe vervoeg je onttrekken?
Je vervoegt onttrekken als volgt: de tegenwoordige tijd is onttrek, de verleden tijd is onttrok en het voltooid deelwoord is onttrokken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op onttrekken?

Onttrekken rijmt op 35 woorden op -ekken; bekken, ontdekken en dekken bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op onttrekken, uitspraak ɔnˈtrɛkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bekken 2
ontdekken 3
dekken 2
wekken 2
lijken 2
trekken 2
vertrekken 3
voltrekken 3
checken 2
nekken 2
rekken 2
strekken 2
samentrekken 4
verwekken 3
uitrekken 3
overtrekken 4
wecken 2
worteltrekken 4
palingtrekken 4
ganstrekken 3
kwekken 2
overdekken 4
verdekken 3
oprekken 3
accommodatiedekken 7
giraffennekken 5
huttendekken 4
jongensgekken 4
meisjesgekken 4
paardendekken 4
papegaaienbekken 6
pennentrekken 4
plekken 2
privégesprekken 5
vluchtelingenhekken 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord onttrekken is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

onttrekken levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

onttrekken in het kort

onttrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van onttrekken zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort onttrekken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

onttrekken: een bijdrage of deel ergens uit verwijderen
Deel onttrekken — standaardnederlands.nl