verdekken
werkwoord, tussenwerpsel, zelfstandig naamwoord vərˈdɛkə(n)Betekenis
- van een dekking voorzien; bedekken, bekleden
- vorm van , een bastaardvloek
Hoe spreek je verdekken uit?
/vərˈdɛkən/
Verdekken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| d | dak |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verdekken
verdekkenhele werkwoord — verdekteverleden tijd enkelvoud — verdektenverleden tijd meervoud — verdektvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verdek | verdekte |
| jij | verdekt | verdekte |
| hij, zij, het | verdekt | verdekte |
| wij | verdekken | verdekten |
| jullie | verdekken | verdekten |
| zij | verdekken | verdekten |
Alle 27 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| te verdekken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verdekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verdekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdek | gebiedende wijs |
| verdekke | aanvoegende wijs |
| verdekkend | onvoltooid, deelwoord |
| verdekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdekt | verleden tijd, deelwoord |
| verdekt te zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdekt zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdekte | verleden tijd |
| zal verdekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verdekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verdekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou verdekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verdekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verdekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verdekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verdekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verdekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verdekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verdekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
tussenwerpsel
- vorm van verdikkeme, een bastaardvloek
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord verdek
Herkomst
afgeleid van dekken ww met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verdekken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdekkend | onvoltooid deelwoord | verdekken |
| verdekkende | woordvorm | verdekken |
| verdekten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verdekken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdekken zijn vastgelegd.