betaaldag
zelfstandig naamwoord bə'taldɑxBetekenis
- de dag waarop men moet betalen
- de dag waarop men het loon ontvangt
Hoe spreek je betaaldag uit?
/bəˈtaldɑx/
Betaaldag bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| t | tak |
| a | maan |
| l | land |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| betaaldagen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van betaal ww en dag
Woordfamilie van betaaldag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| betaaldagen | meervoud | betaaldag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betaaldag zijn vastgelegd.