alpenroos
zelfstandig naamwoordBetekenis
- plant die in het hooggebergte groeit
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Rhododendron ferrugineum plant die in het hooggebergte groeit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| alpenroosje | verkleinwoord, enkelvoud |
| alpenroosjes | verkleinwoord, meervoud |
| alpenrozen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van alp zn en roos zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van alpenroos
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| alpenroosje | verkleinwoord | alpenroos |
| alpenroosjes | verkleinwoord meervoud | alpenroos |
| alpenrozen | meervoud | alpenroos |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van alpenroos zijn vastgelegd.