staart
zelfstandig naamwoord, werkwoord startBetekenis
- een verlengstuk van de ruggengraat bij sommige dieren
- het achterste stuk van een vliegtuig of een auto
- een bundel lang haar
- Bijnaam voor een jongen die zijn haar in een staart draagt
Hoe spreek je staart uit?
/start/
Staart bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| a | maan |
| r | rood |
zelfstandig naamwoord — masculine
- ietwat schampere bijnaam voor een jongen die zijn haar in een staart [3] draagt figuratively, informal
- het laatste deel van iets; einde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| staarten | meervoud |
| staartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| staartjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van staren
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van staren
- gebiedende wijs meervoud van staren
Vervoeging van staart
staarthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘achterste gedeelte’ voor het eerst aangetroffen in 1197
Woordfamilie van staart
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| staarten | meervoud | staart |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van staart zijn vastgelegd.