klantenkaart
zelfstandig naamwoord ˈklɑntə(n)ˌkartBetekenis
- een kaart waarmee je speciale kortingen kan krijgen in een winkel, maar waardoor de winkeleigenaar ook kan zien welke producten je koopt
Hoe spreek je klantenkaart uit?
/ˈklɑntənˌkart/
Klantenkaart bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| ə | de |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klantenkaarten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van klant en kaart met het invoegsel -en-
Woordfamilie van klantenkaart
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klantenkaarten | meervoud | klantenkaart |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klantenkaart zijn vastgelegd.