hazenstaart
zelfstandig naamwoord ˈhazə(n)ˌstartBetekenis
- de staart van een haas
Hoe spreek je hazenstaart uit?
/ˈhazənˌstart/
Hazenstaart bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| a | maan |
| z | zon |
| ə | de |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- staart van een haas
- Lagurus ovatus een eenjarige plant uit de grassenfamilie (Poaceae). Het is een exoot die na 1900 verwilderd is of aangeplant en ingeburgerd raakte tussen 1900 en 1924. De plaats van herkomst is Zuid-Europa
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hazenstaarten | meervoud |
| hazenstaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hazenstaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van haas zn en staart zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van hazenstaart
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hazenstaarten | meervoud | hazenstaart |
| hazenstaartje | verkleinwoord | hazenstaart |
| hazenstaartjes | verkleinwoord meervoud | hazenstaart |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hazenstaart zijn vastgelegd.