creditkaart
zelfstandig naamwoord ˈkredɪtˌkartBetekenis
- een kaart waarmee men op voorschot een betaling kan doen
Hoe spreek je creditkaart uit?
/ˈkredɪtˌkart/
Creditkaart bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| e | veel |
| d | dak |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| creditkaarten | meervoud |
| creditkaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| creditkaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van credit en kaart
Woordfamilie van creditkaart
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| creditkaarten | meervoud | creditkaart |
| creditkaartje | verkleinwoord | creditkaart |
| creditkaartjes | verkleinwoord meervoud | creditkaart |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van creditkaart zijn vastgelegd.