aardgeleiding
zelfstandig naamwoordBetekenis
- elektrische geleidingsvermogen van de aardebodem
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aardgeleidingen | meervoud |
| aardgeleidinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aardgeleidinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van aard en geleiding
Woordfamilie van aardgeleiding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aardgeleidingen | meervoud | aardgeleiding |
| aardgeleidinkje | verkleinwoord | aardgeleiding |
| aardgeleidinkjes | verkleinwoord meervoud | aardgeleiding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aardgeleiding zijn vastgelegd.