aarden
bijvoeglijk naamwoord, werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- van aarde gemaakt
- van aardewerk gemaakt
- ergens ~ zich thuis voelen, wennen, gewoon worden
- de aard hebben van
- wennen
- iets ~:(technisch|techn.) Een elektrisch toestel of circuit met de aarde verbinden
- ~ naar: in aard overeenkomen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (alleen | onverbogen, stellende trap |
| attributief) | onverbogen, stellende trap |
werkwoord
- iets ~ Een elektrisch toestel of circuit met de aarde verbinden transitive
Vervoeging van aarden
aardenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van aren
Vervoeging van aarden
aardenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord aard
Herkomst
Afgeleid van aarde met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van aarden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aardde | woordvorm | aarden |
| aardden | woordvorm | aarden |
| aardend | woordvorm | aarden |
| aardende | woordvorm | aarden |
| aardt | woordvorm | aarden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aarden zijn vastgelegd.