binnenvaart
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈbɪnə(n)ˌvartBetekenis
- de scheepvaart op de binnenwateren zoals rivieren en kanalen
Hoe spreek je binnenvaart uit?
/ˈbɪnənˌvart/
Binnenvaart bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ə | de |
| v | vis |
| a | maan |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| binnenvaarten | meervoud |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van binnenvaren
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van binnenvaren
Vervoeging van binnenvaart
binnenvaarthele werkwoord
Herkomst
samenstelling van binnen en vaart
Woordfamilie van binnenvaart
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| binnenvaarten | meervoud | binnenvaart |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnenvaart zijn vastgelegd.