sachertaart
zelfstandig naamwoord ˈsɑxərˌtartBetekenis
- taart van oorsprong Weens bestaande uit chocoladecake, gevuld met abrikozenmarmelade en bedekt met een dikke laag chocoladeglazuur
Hoe spreek je sachertaart uit?
/ˈsɑxərˌtart/
Sachertaart bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ə | de |
| r | rood |
| t | tak |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- ronde chocoladetaart, vervaardigd van chocolade, bloem, eieren, suiker, boter en abrikozenjam
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sachertaarten | meervoud |
| sachertaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sachertaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
eponiem, leenvertaling van Duits Sachertorte, samenstelling van Sacher en en taart zn naar de 19e-eeuwse Oostenrijkse chocolatier F. Sacher die in 1832 de eerste sachertaart bakte, in de betekenis van ‘taartsoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1992
Woordfamilie van sachertaart
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sachertaarten | meervoud | sachertaart |
| sachertaartje | verkleinwoord | sachertaart |
| sachertaartjes | verkleinwoord meervoud | sachertaart |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sachertaart zijn vastgelegd.