aardbei
zelfstandig naamwoord \ˈaːrt.bɛi̯\Betekenis
- elk der planten die tot het geslacht Fragaria behoren
- eetbare vrucht van die plant
- met de smaak van aardbeien
Hoe spreek je aardbei uit?
/\ˈartbɛi\/
Aardbei bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| r | rood |
| t | tak |
| b | bak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor planten uit het geslacht Fragaria
- eetbare vrucht van planten uit het geslacht Fragaria
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aardbeien | meervoud |
| aardbeitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aardbeitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘vrucht’ voor het eerst aangetroffen in 1597
Woordfamilie van aardbei
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aardbeien | meervoud | aardbei |
| aardbeitje | verkleinwoord | aardbei |
| aardbeitjes | verkleinwoord meervoud | aardbei |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aardbei zijn vastgelegd.