maart
zelfstandig naamwoord /maːrt/Betekenis
- de derde maand van het jaar
Hoe spreek je maart uit?
/mart/
Maart bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| r | rood |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- derde maand van het jaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| maarten | meervoud |
| maartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| maartjes | verkleinwoord, meervoud |
| mrt. |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘derde maand’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van maart
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| maartjes | verkleinwoord meervoud | maart |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van maart zijn vastgelegd.