aardrijkskunde
zelfstandig naamwoord /ˈardrɛiksˌkʏndə/Betekenis
- discipline die zich bezighoudt met het bestuderen van het aardoppervlak, het in kaart brengen van vormen van o.a. cultuur, plantenleven en dierenwereld, gebruik van het milieu en verkeer en het beschrijven van het landschap
- een schoolvak over het aardoppervlak, topografie en meer
Hoe spreek je aardrijkskunde uit?
/ˈardrɛiksˌkʏndə/
Aardrijkskunde bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| r | rood |
| d | dak |
| ɛi | trein |
| k | kat |
| s | sok |
| ʏ | put |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘geografie’ voor het eerst aangetroffen in 1769