taart
zelfstandig naamwoord /taːrt/Betekenis
- meestal cirkelvormig zoet gebak, vooral voor feestelijke gelegenheden, gemaakt van deeg en afgewerkt met bijvoorbeeld slagroom, vruchten of marsepein
- meestal cirkelvormig hartig gebak van bladerdeeg gevuld met groente, zuivelproducten en soms ook stukjes vlees
- onaangename of truttige vrouw die al wat ouder is
- diagram waarin een verdeling wordt voorgesteld door segmenten van een schijf
Hoe spreek je taart uit?
/tart/
Taart bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| a | maan |
| r | rood |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| taarten | meervoud |
| taartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| taartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Van Oudfrans torte of tarte. Dat lijkt op zijn beurt afkomstig van Latijn torta "gedraaid baksel", de vrouwelijke vorm van het voltooid deelwoord van torquere "draaien". Mogelijk is er ook een verband met tortula "klein wit broodje". De huidige woordvorm met -a- is mogelijk ook beïnvloed door het Frans tartre "wijnsteen".
Woordfamilie van taart
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| taarten | meervoud | taart |
| taartje | verkleinwoord | taart |
| taartjes | verkleinwoord meervoud | taart |
| taarte | woordvorm | taarten |
| taartende | woordvorm | taarten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taart zijn vastgelegd.