toegangskaart
zelfstandig naamwoord ˈtuɣɑŋsˌkartBetekenis
- toegangsbewijs in de vorm van een papiertje
Hoe spreek je toegangskaart uit?
/ˈtuxɑŋsˌkart/
Toegangskaart bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| k | kat |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- entreebewijs op een stevig stuk papier
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toegangskaarten | meervoud |
| toegangskaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| toegangskaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
terugvorming uit toegangskaartje zn zonder het achtervoegsel -tje, op te vatten als samenstelling van toegang zn en kaart zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van toegangskaart
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toegangskaarten | meervoud | toegangskaart |
| toegangskaartje | verkleinwoord | toegangskaart |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toegangskaart zijn vastgelegd.