zittingszaal
zelfstandig naamwoord ˈzɪtɪŋˌsalBetekenis
- ruimte waarin een rechtszitting wordt gehouden
- zaal waar een raad, college of parlement vergadert
Hoe spreek je zittingszaal uit?
/ˈzɪtɪŋˌsal/
Zittingszaal bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| a | maan |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zittingszaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zittingszaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| zittingszalen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zitting zn en zaal zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van zittingszaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zittingszaaltje | verkleinwoord | zittingszaal |
| zittingszaaltjes | verkleinwoord meervoud | zittingszaal |
| zittingszalen | meervoud | zittingszaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zittingszaal zijn vastgelegd.