zijaltaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een nevenaltaar, in een katholieke kathedraal, basiliek, kerk of kapel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zijaltaars | meervoud |
| zijaltaren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zij zn en altaar zn
Woordfamilie van zijaltaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zijaltaars | meervoud | zijaltaar |
| zijaltaren | meervoud | zijaltaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zijaltaar zijn vastgelegd.