zijdeur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- deur aan de zijkant van een gebouw of andere ruimte ook van toepassing op auto's, een andere deur dan de voordeur of hoofdingang
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zijdeuren | meervoud |
| zijdeurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zijdeurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zij en deur
Woordfamilie van zijdeur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zijdeuren | meervoud | zijdeur |
| zijdeurtje | verkleinwoord | zijdeur |
| zijdeurtjes | verkleinwoord meervoud | zijdeur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zijdeur zijn vastgelegd.