gezelschap
zelfstandig naamwoord /ɣə'zɛlsxɑp/Betekenis
- een groep mensen die iets gemeen hebben
- iemand ~ houden: bij iemand blijven die anders alleen zou zijn
- aanwezigheid van een persoon, dier of zaak
- een vereniging met een bepaald doel
Hoe spreek je gezelschap uit?
/xəˈzɛlsxɑp/
Gezelschap bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| z | zon |
| ɛ | bed |
| l | land |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- iemand ~ houden': bij iemand blijven die anders alleen zou zijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gezelschapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gezelschapjes | verkleinwoord, meervoud |
| gezelschappen | meervoud |
Herkomst
Afgeleid van gezel met het achtervoegsel -schap.
Woordfamilie van gezelschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezelschapje | verkleinwoord | gezelschap |
| gezelschapjes | verkleinwoord meervoud | gezelschap |
| gezelschappen | meervoud | gezelschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gezelschap zijn vastgelegd.