Naar de inhoud

overstappen

met een ander (openbaar) vervoermiddel de reis vervolgen

overstappen is meer dan één woord

overstappen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. met een ander (openbaar) vervoermiddel de reis vervolgen
  2. veranderen van studie, werk

werkwoord

  1. veranderen van studie, werk, politieke partij

Vervoeging van overstappen

overstappenhele werkwoord — stapte oververleden tijd enkelvoud — stapten oververleden tijd meervoud — overgestaptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stap over stapte over
jij stapt over stapte over
hij, zij, het stapt over stapte over
wij stappen over stapten over
jullie stappen over stapten over
zij stappen over stapten over
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben overgestapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overgestapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is overgestapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overgestapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
over te stappen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
over te zullen stappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
over zal stappen bijzin, toekomende tijd
over zou stappen bijzin, voorwaardelijk
over zouden stappen bijzin, voorwaardelijk
over zoudt stappen bijzin, voorwaardelijk
over zullen stappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
over zullen stappen bijzin, toekomende tijd
over zult stappen bijzin, toekomende tijd
overgestapt verleden tijd, deelwoord
overgestapt te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgestapt zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overstap bijzin, tegenwoordige tijd
overstappend onvoltooid, deelwoord
overstapt bijzin, tegenwoordige tijd
overstapte bijzin, verleden tijd
overstapten bijzin, verleden tijd
stap over gebiedende wijs
stapte over verleden tijd
te zijn overgestapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overstappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overgestapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overgestapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overgestapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overgestapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overgestapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overgestapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overgestapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal overgestapt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgestapt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overgestapt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overstappen bijzin, toekomende tijd
zijn overgestapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn overgestapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overgestapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overgestapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overgestapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overgestapt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgestapt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgestapt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overstappen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) overstappen over zou(dt) stappen bijzin, voorwaardelijk
zouden overgestapt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgestapt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgestapt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overstappen bijzin, voorwaardelijk
zoudt overgestapt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overstappen bijzin, voorwaardelijk
zullen overgestapt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgestapt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgestapt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overstappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overstappen bijzin, toekomende tijd
zult overgestapt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overstappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult overstappen bijzin, toekomende tijd
zult/zal overstappen over zult/zal stappen bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord overstap

Herkomst

samenstelling van over bw en stappen ww

Woordfamilie van overstappen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overgestapt voltooid deelwoord overstappen
overstappe with-subordinate-clause overstappen
overstappend onvoltooid deelwoord overstappen
overstappende woordvorm overstappen
overstapt subordinate-clause, tegenwoordige tijd overstappen
overstapte subordinate-clause, verleden tijd overstappen
overstapten subordinate-clause, verleden tijd overstappen
stap over gebiedende wijs overstappen
stappe over woordvorm overstappen
stappen over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon overstappen
stapt over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overstappen
stapte over verleden tijd overstappen
stapten over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overstappen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overstappen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overstappen

Wat betekent overstappen?
Overstappen is een werkwoord. Het woord betekent: met een ander (openbaar) vervoermiddel de reis vervolgen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je overstappen?
Je vervoegt overstappen als volgt: het voltooid deelwoord is overgestapt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overstappen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. A 1
  8. P 3
  9. P 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overstappen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. A 1
  8. P 4
  9. P 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overstappen in het kort

overstappen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van overstappen zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort overstappen bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

overstappen: met een ander (openbaar) vervoermiddel de reis vervolgen
Deel overstappen — standaardnederlands.nl