openlaten
werkwoordBetekenis
- geopend laten
- leeg laten
Vervoeging van openlaten
openlatenhele werkwoord — liet openverleden tijd enkelvoud — lieten openverleden tijd meervoud — opengelatenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | laat open | liet open |
| jij | laat open | liet open |
| hij, zij, het | laat open | liet open |
| wij | laten open | lieten open |
| jullie | laten open | lieten open |
| zij | laten open | lieten open |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben opengelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opengelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is opengelaten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opengelaten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opengelaten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opengelaten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opengelaten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opengelaten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opengelaten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opengelaten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had opengelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opengelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opengelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opengelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opengelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opengelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opengelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opengelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opengelaten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opengelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opengelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opengelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opengelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opengelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opengelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is opengelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opengelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| laat open | gebiedende wijs |
| liet open | verleden tijd |
| open te laten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| open te zullen laten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| open zal laten | bijzin, toekomende tijd |
| open zou laten | bijzin, voorwaardelijk |
| open zouden laten | bijzin, voorwaardelijk |
| open zoudt laten | bijzin, voorwaardelijk |
| open zullen laten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| open zullen laten | bijzin, toekomende tijd |
| open zult laten | bijzin, toekomende tijd |
| opengelaten | verleden tijd, deelwoord |
| opengelaten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opengelaten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opengelaten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opengelaten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opengelaten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opengelaten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opengelaten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opengelaten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opengelaten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opengelaten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| openlaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| openlatend | onvoltooid, deelwoord |
| openliet | bijzin, verleden tijd |
| openlieten | bijzin, verleden tijd |
| te hebben opengelaten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen openlaten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opengelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opengelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opengelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opengelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opengelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opengelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opengelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd opengelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd opengelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd opengelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden opengelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden opengelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden opengelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt opengelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word opengelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden opengelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden opengelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden opengelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt opengelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt opengelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal opengelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opengelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opengelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opengelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opengelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal opengelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opengelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal openlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal openlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal openlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal openlaten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opengelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opengelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opengelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opengelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opengelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opengelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opengelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opengelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opengelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou opengelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opengelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opengelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opengelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou openlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou openlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou openlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou openlaten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) openlaten open zou(dt) laten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opengelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opengelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opengelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opengelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opengelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opengelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opengelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opengelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opengelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden openlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden openlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden openlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden openlaten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opengelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opengelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opengelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt openlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt openlaten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opengelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opengelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opengelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opengelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opengelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opengelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opengelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opengelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opengelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen openlaten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen openlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen openlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen openlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen openlaten | bijzin, toekomende tijd |
| zult opengelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult opengelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van open en laten
Woordfamilie van openlaten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| laat open | gebiedende wijs | openlaten |
| late open | woordvorm | openlaten |
| laten open | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | openlaten |
| liet open | verleden tijd | openlaten |
| lieten open | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | openlaten |
| opengelaten | voltooid deelwoord | openlaten |
| openlaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | openlaten |
| openlate | with-subordinate-clause | openlaten |
| openlatend | onvoltooid deelwoord | openlaten |
| openlatende | woordvorm | openlaten |
| openliet | subordinate-clause, verleden tijd | openlaten |
| openlieten | subordinate-clause, verleden tijd | openlaten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van openlaten zijn vastgelegd.