Naar de inhoud

openhouden

zorgen dat iets open blijft

openhouden

werkwoord

Betekenis

  1. zorgen dat iets open blijft

Vervoeging van openhouden

openhoudenhele werkwoord — hield openverleden tijd enkelvoud — hielden openverleden tijd meervoud — opengehoudenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hou open hield open
jij houdt open hield open
hij, zij, het houdt open hield open
wij houden open hielden open
jullie houden open hielden open
zij houden open hielden open
Alle 147 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opengehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opengehouden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opengehouden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opengehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opengehouden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opengehouden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opengehouden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opengehouden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opengehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opengehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opengehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opengehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opengehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opengehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opengehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opengehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hield open verleden tijd
hou open gebiedende wijs
houd open gebiedende wijs
is opengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
open te houden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
open te zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
open zal houden bijzin, toekomende tijd
open zou houden bijzin, voorwaardelijk
open zouden houden bijzin, voorwaardelijk
open zoudt houden bijzin, voorwaardelijk
open zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
open zullen houden bijzin, toekomende tijd
open zult houden bijzin, toekomende tijd
opengehouden verleden tijd, deelwoord
opengehouden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opengehouden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opengehouden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opengehouden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opengehouden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opengehouden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opengehouden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opengehouden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opengehouden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opengehouden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
openhield bijzin, verleden tijd
openhielden bijzin, verleden tijd
openhou bijzin, tegenwoordige tijd
openhoud bijzin, tegenwoordige tijd
openhoudend onvoltooid, deelwoord
openhoudt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben opengehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen openhouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opengehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opengehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opengehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opengehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opengehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opengehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opengehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opengehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opengehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opengehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opengehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opengehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opengehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opengehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opengehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opengehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opengehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opengehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opengehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opengehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opengehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opengehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal openhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal openhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal openhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal openhouden bijzin, toekomende tijd
zijn opengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opengehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opengehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opengehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou openhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou openhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou openhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou openhouden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) openhouden open zou(dt) houden bijzin, voorwaardelijk
zouden opengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opengehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opengehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opengehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden openhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden openhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden openhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden openhouden bijzin, voorwaardelijk
zoudt opengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opengehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt openhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt openhouden bijzin, voorwaardelijk
zullen opengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opengehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opengehouden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opengehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen openhouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen openhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen openhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen openhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Herkomst

samenstelling van open en houden

Woordfamilie van openhouden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hield open verleden tijd openhouden
hielden open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon openhouden
hou open gebiedende wijs openhouden
houd open gebiedende wijs openhouden
houde open woordvorm openhouden
houden open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon openhouden
houdt open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon openhouden
opengehouden voltooid deelwoord openhouden
openhield subordinate-clause, verleden tijd openhouden
openhielden subordinate-clause, verleden tijd openhouden
openhou subordinate-clause, tegenwoordige tijd openhouden
openhoud subordinate-clause, tegenwoordige tijd openhouden
openhoude with-subordinate-clause openhouden
openhoudend onvoltooid deelwoord openhouden
openhoudende woordvorm openhouden
openhoudt subordinate-clause, tegenwoordige tijd openhouden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van openhouden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over openhouden

Wat is de betekenis van openhouden?
Openhouden is een werkwoord. De betekenis is: zorgen dat iets open blijft.
Hoe vervoeg ik openhouden?
Zo vervoeg je openhouden zo: het voltooid deelwoord is opengehouden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord openhouden is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. E 1
  4. N 1
  5. H 4
  6. O 1
  7. U 4
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

openhouden levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. E 1
  4. N 1
  5. H 4
  6. O 1
  7. U 2
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

openhouden in het kort

openhouden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van openhouden staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort openhouden bij een woordfamilie van 16 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

openhouden: zorgen dat iets open blijft
Deel openhouden — standaardnederlands.nl