openliggen
werkwoordBetekenis
- open (onbedekt) liggen
Vervoeging van openliggen
openliggenhele werkwoord — lag openverleden tijd enkelvoud — lagen openverleden tijd meervoud — opengelegenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lig open | lag open |
| jij | ligt open | laagt open |
| hij, zij, het | ligt open | lag open |
| wij | liggen open | lagen open |
| jullie | liggen open | lagen open |
| zij | liggen open | lagen open |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had opengelegen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opengelegen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opengelegen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opengelegen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opengelegen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opengelegen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opengelegen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opengelegen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opengelegen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opengelegen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opengelegen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opengelegen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opengelegen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opengelegen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opengelegen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lag open | verleden tijd |
| lig open | gebiedende wijs |
| open te liggen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| open te zullen liggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| open zal liggen | bijzin, toekomende tijd |
| open zou liggen | bijzin, voorwaardelijk |
| open zouden liggen | bijzin, voorwaardelijk |
| open zoudt liggen | bijzin, voorwaardelijk |
| open zullen liggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| open zullen liggen | bijzin, toekomende tijd |
| open zult liggen | bijzin, toekomende tijd |
| opengelegen | verleden tijd, deelwoord |
| opengelegen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opengelegen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| openlaagt | bijzin, verleden tijd |
| openlag | bijzin, verleden tijd |
| openlagen | bijzin, verleden tijd |
| openlig | bijzin, tegenwoordige tijd |
| openliggend | onvoltooid, deelwoord |
| openligt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben opengelegen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen openliggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal opengelegen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opengelegen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opengelegen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal openliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal openliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal openliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal openliggen | bijzin, toekomende tijd |
| zou opengelegen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opengelegen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opengelegen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou openliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou openliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou openliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou openliggen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) openliggen open zou(dt) liggen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opengelegen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opengelegen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opengelegen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden openliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden openliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden openliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden openliggen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opengelegen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt openliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt openliggen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opengelegen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opengelegen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opengelegen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen openliggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen openliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen openliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen openliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen openliggen | bijzin, toekomende tijd |
| zult opengelegen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult openliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult openliggen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal openliggen open zult/zal liggen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van open en liggen
Woordfamilie van openliggen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lag open | verleden tijd | openliggen |
| lagen open | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | openliggen |
| lig open | gebiedende wijs | openliggen |
| ligge open | woordvorm | openliggen |
| liggen open | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | openliggen |
| ligt open | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | openliggen |
| opengelegen | voltooid deelwoord | openliggen |
| openlag | subordinate-clause, verleden tijd | openliggen |
| openlagen | subordinate-clause, verleden tijd | openliggen |
| openlig | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | openliggen |
| openligge | with-subordinate-clause | openliggen |
| openliggend | onvoltooid deelwoord | openliggen |
| openliggende | woordvorm | openliggen |
| openligt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | openliggen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van openliggen zijn vastgelegd.