Naar de inhoud

openen

laten beginnen, in bedrijf brengen

openen

werkwoord ˈopənə(n)

Betekenis

  1. laten beginnen, in bedrijf brengen
  2. ontsluiten, openmaken wat afsluit of wat gesloten is
  3. openstellen, toegankelijk maken
  4. een bestand inladen
  5. zich ~

Hoe spreek je openen uit?

/ˈopənən/

Openen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈopənən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
o boot
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van openen

openenhele werkwoord — opendeverleden tijd enkelvoud — opendenverleden tijd meervoud — geopendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik open opende
jij opent opende
hij, zij, het opent opende
wij openen openden
jullie openen openden
zij openen openden
Alle 122 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is geopend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geopend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geopend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geopend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geopend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geopend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geopend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geopend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geopend verleden tijd, deelwoord
geopend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geopend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geopend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geopend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geopend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geopend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geopend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geopend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geopend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geopend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geopend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geopend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geopend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geopend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geopend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geopend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geopend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geopend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geopend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geopend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geopend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geopend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geopend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geopend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geopend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geopend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
open gebiedende wijs
open me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
open u/je , opent je gebiedende wijs
opende verleden tijd
opende je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
opende me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
opende u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
opende u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
opende zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
opende zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
opende zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
openden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
openden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
openden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
opene aanvoegende wijs
opene zich aanvoegende wijs
openen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
openen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
openen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
openend onvoltooid, deelwoord
opent je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
opent u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
opent u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
opent zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
opent zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
opent zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
te hebben geopend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te openen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen openen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren geopend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geopend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geopend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden geopend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden geopend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geopend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal geopend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geopend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geopend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geopend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geopend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me openen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal openen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal openen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal openen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich openen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je openen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich geopend hebben verleden tijd
zich openend onvoltooid, deelwoord
zijn geopend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou geopend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geopend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geopend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geopend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geopend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou openen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou openen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou openen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geopend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geopend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geopend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geopend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geopend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden openen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden openen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden openen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geopend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt openen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geopend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geopend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geopend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geopend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geopend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen je openen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons openen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen openen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen openen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen openen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen openen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen zich openen derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult geopend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult openen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult u openen tweede persoon
zult u openen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u openen tweede persoon
zult zich/u openen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Herkomst

In de betekenis van ‘ontsluiten’ voor het eerst aangetroffen in 1300

Woordfamilie van openen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opende verleden tijd openen
openden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon openen
opene aanvoegende wijs openen
openend onvoltooid deelwoord openen
openende woordvorm openen
opent aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon openen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van openen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over openen

Hoe spreek ik openen uit?
Zo spreek je openen uit: /ˈopənə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van openen?
Openen is een werkwoord. De betekenis is: laten beginnen, in bedrijf brengen. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik openen?
Zo vervoeg je openen zo: de tegenwoordige tijd is open, de verleden tijd is opende en het voltooid deelwoord is geopend. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord openen is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. E 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

openen levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. E 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

openen telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

openen in het kort

openen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van openen staan er 93 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort openen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

openen: laten beginnen, in bedrijf brengen
Deel openen — standaardnederlands.nl