openen
werkwoord ˈopənə(n)Betekenis
- laten beginnen, in bedrijf brengen
- ontsluiten, openmaken wat afsluit of wat gesloten is
- openstellen, toegankelijk maken
- een bestand inladen
- zich ~
Hoe spreek je openen uit?
/ˈopənən/
Openen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van openen
openenhele werkwoord — opendeverleden tijd enkelvoud — opendenverleden tijd meervoud — geopendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | open | opende |
| jij | opent | opende |
| hij, zij, het | opent | opende |
| wij | openen | openden |
| jullie | openen | openden |
| zij | openen | openden |
Alle 122 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is geopend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geopend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geopend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geopend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geopend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geopend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geopend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geopend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geopend | verleden tijd, deelwoord |
| geopend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geopend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geopend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geopend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geopend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geopend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geopend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geopend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geopend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geopend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geopend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geopend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geopend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geopend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geopend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geopend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geopend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geopend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geopend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geopend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geopend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geopend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geopend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geopend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geopend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geopend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| open | gebiedende wijs |
| open me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| open u/je , opent je | gebiedende wijs |
| opende | verleden tijd |
| opende je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| opende me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| opende u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| opende u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| opende zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| opende zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| opende zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| openden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| openden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| openden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| opene | aanvoegende wijs |
| opene zich | aanvoegende wijs |
| openen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| openen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| openen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| openend | onvoltooid, deelwoord |
| opent je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| opent u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| opent u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| opent zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| opent zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| opent zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| te hebben geopend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te openen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen openen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren geopend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geopend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geopend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden geopend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden geopend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geopend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geopend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geopend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geopend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geopend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geopend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me openen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal openen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal openen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal openen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich openen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je openen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich geopend hebben | verleden tijd |
| zich openend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn geopend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou geopend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geopend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geopend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geopend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geopend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou openen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou openen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou openen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geopend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geopend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geopend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geopend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geopend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden openen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden openen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden openen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geopend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt openen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geopend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geopend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geopend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geopend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geopend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen je openen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons openen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen openen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen openen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen openen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen openen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen zich openen | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult geopend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult openen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult u openen | tweede persoon |
| zult u openen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u openen | tweede persoon |
| zult zich/u openen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘ontsluiten’ voor het eerst aangetroffen in 1300
Woordfamilie van openen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opende | verleden tijd | openen |
| openden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | openen |
| opene | aanvoegende wijs | openen |
| openend | onvoltooid deelwoord | openen |
| openende | woordvorm | openen |
| opent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | openen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van openen zijn vastgelegd.