Naar de inhoud

openrijten

openscheuren

openrijten

werkwoord

Betekenis

  1. openscheuren

Vervoeging van openrijten

openrijtenhele werkwoord — reet openverleden tijd enkelvoud — reten openverleden tijd meervoud — opengeretenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rijt open reet open
jij rijt open reet open
hij, zij, het rijt open reet open
wij rijten open reten open
jullie rijten open reten open
zij rijten open reten open
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opengereten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opengereten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opengereten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opengereten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opengereten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opengereten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opengereten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opengereten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opengereten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opengereten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opengereten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opengereten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opengereten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opengereten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opengereten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opengereten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opengereten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opengereten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opengereten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opengereten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opengereten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opengereten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opengereten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opengereten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opengereten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opengereten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opengereten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
open te rijten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
open te zullen rijten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
open zal rijten bijzin, toekomende tijd
open zou rijten bijzin, voorwaardelijk
open zouden rijten bijzin, voorwaardelijk
open zoudt rijten bijzin, voorwaardelijk
open zullen rijten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
open zullen rijten bijzin, toekomende tijd
open zult rijten bijzin, toekomende tijd
opengereten verleden tijd, deelwoord
opengereten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opengereten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opengereten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opengereten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opengereten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opengereten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opengereten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opengereten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opengereten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opengereten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
openreet bijzin, verleden tijd
openreten bijzin, verleden tijd
openrijt bijzin, tegenwoordige tijd
openrijtend onvoltooid, deelwoord
reet open verleden tijd
rijt open gebiedende wijs
te hebben opengereten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen openrijten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opengereten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opengereten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opengereten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opengereten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opengereten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opengereten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opengereten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opengereten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opengereten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opengereten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opengereten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opengereten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opengereten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opengereten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opengereten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opengereten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opengereten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opengereten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opengereten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opengereten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opengereten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opengereten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opengereten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opengereten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opengereten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opengereten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opengereten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal openrijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal openrijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal openrijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal openrijten bijzin, toekomende tijd
zijn opengereten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opengereten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opengereten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opengereten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opengereten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opengereten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opengereten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opengereten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opengereten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opengereten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opengereten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opengereten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opengereten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou openrijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou openrijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou openrijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou openrijten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) openrijten open zou(dt) rijten bijzin, voorwaardelijk
zouden opengereten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opengereten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opengereten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opengereten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opengereten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opengereten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opengereten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opengereten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opengereten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden openrijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden openrijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden openrijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden openrijten bijzin, voorwaardelijk
zoudt opengereten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opengereten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opengereten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt openrijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt openrijten bijzin, voorwaardelijk
zullen opengereten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opengereten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opengereten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opengereten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opengereten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opengereten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opengereten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opengereten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opengereten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen openrijten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen openrijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen openrijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen openrijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen openrijten bijzin, toekomende tijd
zult opengereten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opengereten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van open en rijten

Woordfamilie van openrijten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opengereten voltooid deelwoord openrijten
openreet subordinate-clause, verleden tijd openrijten
openreten subordinate-clause, verleden tijd openrijten
openrijt subordinate-clause, tegenwoordige tijd openrijten
openrijte with-subordinate-clause openrijten
openrijtend onvoltooid deelwoord openrijten
openrijtende woordvorm openrijten
reet open verleden tijd openrijten
reten open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon openrijten
rijt open gebiedende wijs openrijten
rijte open woordvorm openrijten
rijten open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon openrijten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van openrijten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over openrijten

Wat is de betekenis van openrijten?
Openrijten is een werkwoord. De betekenis is: openscheuren.
Hoe vervoeg ik openrijten?
Zo vervoeg je openrijten zo: het voltooid deelwoord is opengereten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord openrijten is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. E 1
  4. N 1
  5. R 2
  6. I 1
  7. J 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

openrijten levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. E 1
  4. N 1
  5. R 2
  6. I 2
  7. J 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

openrijten in het kort

openrijten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van openrijten staan er 86 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort openrijten bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

openrijten: openscheuren
Deel openrijten — standaardnederlands.nl