Naar de inhoud

openblijven

niet gesloten worden

openblijven

werkwoord

Betekenis

  1. niet gesloten worden

Vervoeging van openblijven

openblijvenhele werkwoord — bleef openverleden tijd enkelvoud — bleven openverleden tijd meervoud — opengeblevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik blijf open bleef open
jij blijft open bleef open
hij, zij, het blijft open bleef open
wij blijven open bleven open
jullie blijven open bleven open
zij blijven open bleven open
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben opengebleven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opengebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bleef open verleden tijd
blijf open gebiedende wijs
ev. gebiedende wijs
is opengebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opengebleven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
open te blijven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
open te zullen blijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
open zal blijven bijzin, toekomende tijd
open zou blijven bijzin, voorwaardelijk
open zouden blijven bijzin, voorwaardelijk
open zoudt blijven bijzin, voorwaardelijk
open zullen blijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
open zullen blijven bijzin, toekomende tijd
open zult blijven bijzin, toekomende tijd
openbleef bijzin, verleden tijd
openbleven bijzin, verleden tijd
openblijf bijzin, tegenwoordige tijd
openblijft bijzin, tegenwoordige tijd
openblijvend onvoltooid, deelwoord
opengebleven verleden tijd, deelwoord
opengebleven te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opengebleven zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te zijn opengebleven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen openblijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opengebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opengebleven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opengebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opengebleven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opengebleven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opengebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opengebleven voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal openblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal openblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal openblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal openblijven bijzin, toekomende tijd
zal opengebleven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opengebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opengebleven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn opengebleven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn opengebleven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opengebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opengebleven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opengebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou openblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou openblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou openblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou openblijven bijzin, voorwaardelijk
zou opengebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opengebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opengebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) openblijven open zou(dt) blijven bijzin, voorwaardelijk
zouden openblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden openblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden openblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden openblijven bijzin, voorwaardelijk
zouden opengebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opengebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opengebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt openblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt openblijven bijzin, voorwaardelijk
zoudt opengebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen openblijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen openblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen openblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen openblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen openblijven bijzin, toekomende tijd
zullen opengebleven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opengebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opengebleven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult openblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult openblijven bijzin, toekomende tijd
zult opengebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal openblijven open zult/zal blijven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van open en blijven

Woordfamilie van openblijven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bleef open verleden tijd openblijven
bleven open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon openblijven
blijf open gebiedende wijs openblijven
blijft open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon openblijven
blijve open woordvorm openblijven
blijven open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon openblijven
openbleef subordinate-clause, verleden tijd openblijven
openbleven subordinate-clause, verleden tijd openblijven
openblijf subordinate-clause, tegenwoordige tijd openblijven
openblijft subordinate-clause, tegenwoordige tijd openblijven
openblijve with-subordinate-clause openblijven
openblijvend onvoltooid deelwoord openblijven
openblijvende woordvorm openblijven
opengebleven voltooid deelwoord openblijven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van openblijven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over openblijven

Wat is de betekenis van openblijven?
Openblijven is een werkwoord. De betekenis is: niet gesloten worden.
Hoe vervoeg ik openblijven?
Zo vervoeg je openblijven zo: het voltooid deelwoord is opengebleven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord openblijven is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. E 1
  4. N 1
  5. B 3
  6. L 3
  7. I 1
  8. J 4
  9. V 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

openblijven levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. E 1
  4. N 1
  5. B 4
  6. L 3
  7. I 2
  8. J 4
  9. V 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 zonder bonus
  13. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

openblijven in het kort

openblijven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van openblijven staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort openblijven bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

openblijven: niet gesloten worden
Deel openblijven — standaardnederlands.nl