kordeel
zelfstandig naamwoord kɔrˈdelBetekenis
- zware takel
- een touw dat gebruikt wordt om een vlag of wimpel op de gewenste hoogte te houden
- één van de strengen waaruit een kabel samen gedraaid is
Hoe spreek je kordeel uit?
/kɔrˈdel/
Kordeel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| d | dak |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- elk van de strengen waaruit een kabel samen gedraaid is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kordeeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kordeeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| kordelen | meervoud |
Woordfamilie van kordeel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kordeeltje | verkleinwoord | kordeel |
| kordeeltjes | verkleinwoord meervoud | kordeel |
| kordelen | meervoud | kordeel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kordeel zijn vastgelegd.