koten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈkotə(n)Betekenis
- behendigheidsspel dat met botje van geslachte dieren of voorwerpen die daarop lijken werd gespeeld. Slaat vooral op het door jongens of mannen gespeelde spel; de variant die door meisjes werd gespeeld, werd bikkelen genoemd.
Hoe spreek je koten uit?
/ˈkotən/
Koten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als coaten, coatten.
werkwoord
- behendigheidsspel dat met botje van geslachte dieren of voorwerpen die daarop lijken werd gespeeld Slaat vooral op het door jongens of mannen gespeelde spel; de variant die door meisjes werd gespeeld, werd bikkelen genoemd. unergative
Vervoeging van koten
kotenhele werkwoord — kootteverleden tijd enkelvoud — koottenverleden tijd meervoud — gekootvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | koot | kootte |
| jij | koot | kootte |
| hij, zij, het | koot | kootte |
| wij | koten | kootten |
| jullie | koten | kootten |
| zij | koten | kootten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gekoot | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekoot | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekoot | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekoot | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekoot worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekoot zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekoot worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekoot zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekoot | verleden tijd, deelwoord |
| gekoot te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekoot zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekoot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekoot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekoot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekoot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekoot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekoot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekoot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekoot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekoot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekoot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekoot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekoot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| koot | gebiedende wijs |
| kootte | verleden tijd |
| kote | aanvoegende wijs |
| kotend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekoot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te koten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen koten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekoot hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekoot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekoot hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal koten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal koten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal koten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou koten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou koten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou koten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden koten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden koten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden koten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt koten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekoot hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekoot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekoot hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen koten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen koten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen koten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen koten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekoot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult koten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord koot
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kot
Herkomst
ww: van Middelnederlands coten; op te vatten als afleiding van koot zn met het achtervoegsel -en, in de betekenis ‘met bikkels of koten spelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1511
Woordfamilie van koten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekoot | voltooid deelwoord | koten |
| kootte | verleden tijd | koten |
| kootten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | koten |
| kote | aanvoegende wijs | koten |
| kotend | onvoltooid deelwoord | koten |
| kotende | woordvorm | koten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koten zijn vastgelegd.