rassenleer
zelfstandig naamwoord ˈrɑsə(n)ˌlerBetekenis
- als wetenschap gepresenteerde opvatting waarin mensen op grond van genetisch bepaalde kenmerken als huidskleur, schedelvorm en beharing worden ingedeeld in hoofdgroepen, 'ras|rassen', die als categorie superieur of inferieur zouden zijn
Hoe spreek je rassenleer uit?
/ˈrɑsənˌler/
Rassenleer bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| l | land |
| e | veel |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- als wetenschap gepresenteerde opvatting waarin mensen op grond van genetisch bepaalde kenmerken als huidskleur, schedelvorm en beharing worden ingedeeld in hoofdgroepen, "rassen", die als categorie superieur of inferieur zouden zijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rassenleertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rassenleertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ras en leer met het invoegsel -en-
Woordfamilie van rassenleer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rassenleertje | verkleinwoord | rassenleer |
| rassenleertjes | verkleinwoord meervoud | rassenleer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rassenleer zijn vastgelegd.