teer
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord /ter/Betekenis
- olieachtige vloeistof met een zeer hoge viscositeit
- niet bestand tegen ruwe behandeling, gemakkelijk stuk te maken
- al gauw sterk geraakt door invloed van buitenaf
- veel aandacht, zorg en waardering verdienend
Hoe spreek je teer uit?
/ter/
Teer bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| e | veel |
| r | rood |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van teren
- gebiedende wijs van teren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van teren
Vervoeging van teer
teerhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘distillaat van kool’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van teer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| teerdere | woordvorm | teer |
| teers | woordvorm | teer |
| teerst | woordvorm | teer |
| teerste | woordvorm | teer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van teer zijn vastgelegd.