conifeer
zelfstandig naamwoord koni'ferBetekenis
- een groep ruim zeshonderd soorten naaktzadigen behorende houtige plant of boom
Hoe spreek je conifeer uit?
/koniˈfer/
Conifeer bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| n | nek |
| i | riet |
| f | fiets |
| e | veel |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een tot de Coniferae, een groep ruim zeshonderd soorten naaktzadigen behorende houtige plant of boom
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| conifeertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| conifeertjes | verkleinwoord, meervoud |
| coniferen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘naaldboom’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1863
Woordfamilie van conifeer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| conifeertje | verkleinwoord | conifeer |
| conifeertjes | verkleinwoord meervoud | conifeer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van conifeer zijn vastgelegd.