zacht
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord zɑxtBetekenis
- gemakkelijk samen te drukken en/of te buigen
- het gemoed niet sterk aangrijpend
- zachtaardig
- aangenaam voor de zinnen
- weinig geluidsvolume bevattend
- geleidelijk
- met weinig geluidsvolume
Hoe spreek je zacht uit?
/zɑxt/
Zacht bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zachte | verbogen, stellende trap |
| zachter | onverbogen, vergrotende trap |
| zachtere | verbogen, vergrotende trap |
| zachters | partitief, vergrotende trap |
| zachts | partitief, stellende trap |
| zachtst | onverbogen, overtreffende trap |
| zachtste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘niet hard’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van zacht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zachte | verbogen vorm | zacht |
| zachter | vergrotende trap | zacht |
| zachtere | verbogen vergrotende trap | zacht |
| zachters | partitieve vergrotende trap | zacht |
| zachtst | uninflected, superlative | zacht |
| zachtste | inflected, superlative | zacht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zacht zijn vastgelegd.