nageslacht
zelfstandig naamwoord ˈnaɣəˌslɑxtBetekenis
- (ruim) afstammelingen, toekomstige generaties
- (eng) kinderen en kleinkinderen
Hoe spreek je nageslacht uit?
/ˈnaxəˌslɑxt/
Nageslacht bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| s | sok |
| l | land |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- afstammelingen, toekomstige generaties
- kinderen en kleinkinderen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nageslachten | meervoud |
| nageslachtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nageslachtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van na en geslacht
Woordfamilie van nageslacht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nageslachten | meervoud | nageslacht |
| nageslachtje | verkleinwoord | nageslacht |
| nageslachtjes | verkleinwoord meervoud | nageslacht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nageslacht zijn vastgelegd.