jachtopziener
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een persoon die erop toeziet dat de jachtwet nageleefd wordt
zelfstandig naamwoord — masculine
- persoon die toeziet op naleving van jachtwet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jachtopzieners | meervoud |
| jachtopzienertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| jachtopzienertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstellende afleiding van jacht en de stam van opzien met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van jachtopziener
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jachtopzieners | meervoud | jachtopziener |
| jachtopzienertje | verkleinwoord | jachtopziener |
| jachtopzienertjes | verkleinwoord meervoud | jachtopziener |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jachtopziener zijn vastgelegd.