levenskracht
zelfstandig naamwoord ˈlevə(n)sˌkrɑxtBetekenis
- kracht waarmee de levensverschijnselen zich doen gelden.
Hoe spreek je levenskracht uit?
/ˈlevənsˌkrɑxt/
Levenskracht bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| s | sok |
| k | kat |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| levenskrachten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van leven en kracht met het invoegsel -s-
Woordfamilie van levenskracht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| levenskrachten | meervoud | levenskracht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van levenskracht zijn vastgelegd.