jachthond
zelfstandig naamwoord ˈjɑxthɔntBetekenis
- een hond die speciaal gefokt wordt voor de jacht
Hoe spreek je jachthond uit?
/ˈjɑxthɔnt/
Jachthond bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- hond die speciaal gefokt wordt voor de jacht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jachthonden | meervoud |
| jachthondje | verkleinwoord, enkelvoud |
| jachthondjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van jacht en hond
Woordfamilie van jachthond
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jachthonden | meervoud | jachthond |
| jachthondje | verkleinwoord | jachthond |
| jachthondjes | verkleinwoord meervoud | jachthond |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jachthond zijn vastgelegd.