schapenvacht
zelfstandig naamwoord ˈsxapə(n)ˌvɑxtBetekenis
- lange, gekrulde beharing van het schaap
- geprepareerde huid met beharing van een schaap , of kunststof nabootsingen daarvan
Hoe spreek je schapenvacht uit?
/ˈsxapənˌvɑxt/
Schapenvacht bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| v | vis |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- lange, gekrulde beharing van het schaap Ovis aries
- geprepareerde huid met beharing van een schaap Ovis aries, of kunststof nabootsingen daarvan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schapenvachten | meervoud |
| schapenvachtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schapenvachtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van schaap zn en vacht zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van schapenvacht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schapenvachten | meervoud | schapenvacht |
| schapenvachtje | verkleinwoord | schapenvacht |
| schapenvachtjes | verkleinwoord meervoud | schapenvacht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schapenvacht zijn vastgelegd.