wegenwacht
zelfstandig naamwoord ˈweɣə(n)ˌwɑxtBetekenis
- iemand die bij pech professioneel hulp komt bieden
- het wacht houden bij de weg
Hoe spreek je wegenwacht uit?
/ˈwexənˌwɑxt/
Wegenwacht bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- dienst voor technische hulpverlening aan automobilisten
- iemand die weggebruikers bij pech professioneel hulp komt bieden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wegenwachten | meervoud |
| wegenwachtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wegenwachtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van weg zn en wacht zn met het invoegsel -en- , van de naam Wegenwacht
Woordfamilie van wegenwacht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wegenwachten | meervoud | wegenwacht |
| wegenwachtje | verkleinwoord | wegenwacht |
| wegenwachtjes | verkleinwoord meervoud | wegenwacht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegenwacht zijn vastgelegd.