motorjacht
zelfstandig naamwoord ˈmotɔrˌjɑxtBetekenis
- een pleziervaartuig dat uitgerust is met een motor
Hoe spreek je motorjacht uit?
/ˈmotɔrˌjɑxt/
Motorjacht bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| o | boot |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| j | ja |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| motorjachten | meervoud |
| motorjachtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| motorjachtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van motor en jacht
Woordfamilie van motorjacht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| motorjachten | meervoud | motorjacht |
| motorjachtje | verkleinwoord | motorjacht |
| motorjachtjes | verkleinwoord meervoud | motorjacht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van motorjacht zijn vastgelegd.