egelantier
zelfstandig naamwoord ˌeɣəlɑnˈtirBetekenis
- roosachtige heester met korte en ongelijke stekels
Hoe spreek je egelantier uit?
/ˌexəlɑnˈtir/
Egelantier bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| i | riet |
| r | rood |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Rosa rubiginosa roosachtige heester met stevige, hakig tot sikkelvormig gebogen stekels, beklierde, naar appels of wijn geurende blaadjes, witte tot felroze bloemen en scharlakenrode rozenbottels
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| egelantieren | meervoud |
| egelantiers | meervoud |
| eglantier |
Herkomst
via Middelnederlands egelentier van Oudfrans eglentier, in de betekenis van ‘wilde roos’ voor het eerst aangetroffen in 1225
Woordfamilie van egelantier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| egelantieren | meervoud | egelantier |
| egelantiers | meervoud | egelantier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van egelantier zijn vastgelegd.