cimbaal
zelfstandig naamwoord sɪm'balBetekenis
- een metalen slagwerkinstrument bestaat uit een ronde, iets gekromde metalen schijf die, afhankelijk van het gebruik, in het midden opgehangen is in een standaard of met een koord of riem wordt vastgehouden
Hoe spreek je cimbaal uit?
/sɪmˈbal/
Cimbaal bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɪ | pit |
| m | maan |
| b | bak |
| a | maan |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een metalen slagwerkinstrument bestaande uit een ronde, iets gekromde metalen schijf die, afhankelijk van het gebruik, in het midden opgehangen is in een standaard of met een koord of riem wordt vastgehouden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cimbaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cimbaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| cimbalen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘slaginstrument’ voor het eerst aangetroffen in 1451
Woordfamilie van cimbaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cimbaaltje | verkleinwoord | cimbaal |
| cimbaaltjes | verkleinwoord meervoud | cimbaal |
| cimbalen | meervoud | cimbaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cimbaal zijn vastgelegd.